Auteur Topic: Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.  (gelezen 2440 keer)

Offline Christine

  • Vliegende non
  • moderator van dit board
  • Forumlid
  • *
  • Berichten: 12487
  • 0
    • Pinterest: Fingers rings
Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.
« Gepost op: oktober 13, 2009, 14:21:17 pm »
(Ik vertaal het stukje bij beetje)

Voor de leesbaarheid heb ik in de volgende bijdrage een verklarende woordenlijst neergezet.


Bron


Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.


Historische Indische Diamant Slijpsels - Jean Baptiste Tavernier, 17de eeuw


Tijdlijn geschiedenis van het diamant slijpen


13de eeuw en daarvoor

Vroege taboes tegen het klieven en het vormen van 'Adamas' (diamanten), had wellicht meer
te maken met de praktische noodzaak dan bijgeloof, gezien de moeilijkheid van het klieven van de steen.
Als decoratieve voorwerpen, werden stenen gebruikt in hun natuurlijke octaëdrische vorm (regelmatige achtvlak),
met slechts geringe cosmetische correcties en polijsten.
Deze taboes hebben hun oorsprong in India, en verspreidde zich in de vroege stadia van de diamanthandel naar Europa.

14de eeuw

In 1375 werd het eerste gilde van diamantklievers en polijsters (diamantiers) opgericht in Neurenberg, Duitsland.
De "Point Cut" was een belangrijke vooruitgang in de tweede helft van de 14e eeuw.
De "Point Cut" volgt de natuurlijke vorm van een octaëder gevormde ruwe diamant, waarbij ongewenst materiaal verwijderd werd tijdens het slijpproces.
Tijdens het midden van de 14de eeuw werden er verbeteringen aangebracht aan de "Point Cut" waarbij het bovenste deel van de octaëder gehalveerd werd en er de "Table Cut", de tafeldiamant, ontstond.
Tijdens dezelfde periode werd de culet toegevoegd aan het paviljoen van de Table Cut.
Tegen het einde van de veertiende eeuw voegde men 4 hoekfacetten toe en daarmee ontstond de "Old Single Cut" (ook wel "Old Eight Cut" genoemd).
Geen van deze vroege slijpsels toonde de werkelijke helderheid en vuur doordat er nog niet geprofiteerd werd van de hoge dispersie van de steen,
en zag de geslepen diamant er voor het blote oog donker uit.
Om deze reden behielden de gekleurde edelstenen hun populariteit ten opzichte van diamanten in deze periode.

15de eeuw

Lodewyk (Louis) van Berquem, een Vlaamse steenbewerker uit Brugge, introduceerde in 1475 het concept van de
absolute symmetrie in de plaatsing van facetten op de steen.
Zijn vernieuwingen produceerde de peervormige "Pendeloque" of "Briolette" slijpsel (zie hieronder, midden).
De 55 karaat Sancy diamant (Maharadja van Guttiola) en de 137 karaat Florentijnse Diamant (Medici Familie - hertog van Bourgondië 1467),
zijn beide Briolette slijpsels, en het staat vermeld dat van Berquem de maker was.

De pendeloque vorm was niet commercieel rendabel, te wijten aan het gebrek aan vuur, dispersie of glans (spel van licht).
Er was een grote hoeveelheid afval bij het slijpproces, en de vorm was alleen geschikt voor bepaalde vreemde vormen van ruwe diamant.

16de eeuw

De 16de eeuwse juweelslijper Giacomo Tagliacarne en Renaissance Giovanni delle Corniole perfectioneerden de kunst van het facetteren van edelstenen verder.
In deze periode werd een nieuwe slijpvorm geintroduceerd; de "Rose" of "Rosette" (boven midden).
De Rosette was meer dan een eeuw een populair slijpsels ten opzichte van de Pendeloque doordat de Rosette een grotere schittering gaf en minder gewichtsverlies van de steen.
Het nadeel was dat de steen dik moest worden gesneden om licht verlies te verminderen, maar zorgde er tevens voor dat het vuur van de steen verminderde.
Deze beperkingen zorgden uiteindelijk tot de uitvinding van het brillant slijpsel.

17de eeuw

De 17de eeuwse Franse juwelier, Jean-Baptiste Tavernier (1605 -1.689),
was een van de vroege pioniers van Europa's diamanten handel met India.
Hoewel hij geboren was in Parijs, kwamen zij voorouders uit Antwerpen.
In zijn boek "Le Six Voyages de Jean Baptiste Tavenier" documenteerde hij veel historisch significante diamantslijpsels uit het verleden van India.
(boven en onder)




De Florentijnse Diamant (rechts boven) was oorspronkelijk eigendom van de hertog van Bourgondië (medio 1400) van de Medici familie.
Jean Baptiste Tavernier (links boven) documenteerde het slijpsel van de steen (midden boven) met zijn tekening uit 1657 toen het zich
in de collectie van de groothertog van Toscane bevond.
De laatst bekende foto van de Florentijse diamant stamt uit de late 19de eeuw toen het onderdeel was van de Habsburgse kroonjuwelen.

Het eerste "Brilliant" slijpsel werd geïntroduceerd in de 17de eeuw en is grotendeels toegeschreven aan de Italiaanse ambassadeur Jules Cardinal Mazarin.
Geboren als Giulio Raimondo Mazzarino, had Cardinaal Mazarin een langdurige fascinatie voor edelstenen.
De eerste brillianten werden bekend als "Mazarins" en werden  "Dubble cit Brilliants" genoemd.
Deze "dubble cut brilliants" hadden 17 facetten op de kroon".
Een 17de eeuwse polijster met de naam Vincent Peruzzi introduceerde de "Triple-Cut Brilliant" of "Peruzzi Cut" door een verdubbeling van
het aantal kroon Facetten 17 tot 33.



Ownership of the famed Koh-i-Noor diamond (below, center) transfered from the Sultan of Golconda (early 1600s),
to Prince Aurangzeb of Persia in the mid 1600s, as documented by Jean-Baptiste Tavernier in his "The Six Voyages" (above).
Prince Aurangzeb is credited for the stone's accidental reduction in size from the original 793 carats to a modest 186 carats,
due to a gem-cutter's mistake.

During the mid 1500s, a French ambassador to Turkey, Nicholas Harlai, Seigneur de Sancy purchased a 55 carat pear shaped
diamond (The "Sancy Diamond", below left) that was sold to Cardinal Mazarin in the mid 1600s,
Russian Prince Anatole Demidoff in the mid 1800s, and to William Waldorf Astor in the early 1900s.

18de eeuw

Double-Cut Brilliants (Mazarins) and Triple-Cut Brilliants (Peruzzi Cuts) from the 1700s were cushion cuts
rather than circular or round cuts. The technique of "Bruting" had not yet been invented, so the stones were cut as squares
or rectangles with rounded corners. These cushion-cut brilliants are known today as "Old Mine Cuts."

19de eeuw

The Koh-i-Noor changed ownership several more times from the Nadir Shah of Persia in the early 1700s,
to Shah Shuja in the early 1800s. When Shah Shuja was overthrown in 1810, he sought refuge in Lahore, India,
taking the Koh-i-Noor with him. Shah Shuja (and the Koh-i-Noor) remained under the protection of Raja Ranjit Singh until after
the Raja's death, when Punjab came under British control.
The Koh-i-Noor remained in the Lahore Treasury until 1848 when, according to the terms of the "Treaty of Lahore",
the British East India Company transported the gem to the British Empire.



The Koh-i-Noor diamond was re-cut to 105 carats for Queen Victoria (Empress of India) in 1851 by a stone-cutter from Amsterdam.
Using a steam-driven cutting wheel, it took 38 days to complete the cutting.
It is now in the Tower of London, where it is set in Queen Elizabeth's crown.

20ste eeuw

In the early 1900's, the development of diamond saws and jewelry lathes enabled the development of modern diamond cuts,
including the Round Brilliant cut. The modern Round Brilliant consists of 58 facets - 57 if the culet is excluded.
There are 33 on the crown and 25 on the pavilion. In recent decades, most girdles are faceted.
Many girdles have 32, 64, 80, or 96 facets.

On June 25 1905 the largest rough gem-quality diamond in the world was found by Frederick Wells,
of the Premier Diamond Mining Company in Cullinan, Gauteng Province, South Africa.
Called the "Cullinan Diamond" it weighed 3,106.75 carats or 621.35 grams.
The largest polished gem cut from the stone is named the "Great Star of Africa" (above, right) and was 530.2 carats.

Even with modern techniques, the cutting and polishing of a diamonds resulted in a loss of as much as 50% of the
stone's total weight. The round brilliant cut is preferred when the crystal is an octahedron,
as two stones could be cut from one crystal. Asymmetrical crystals such as macles are usually cut in a "Fancy" style.



Old European Diamond Cuts | Point, Old eight, Old Mine Cut

Point Cut - early 1300s

The "Point Cut" (below left) is one of the first symmetrically faceted diamond cuts.
The Point Cut design is dictated by the natural shape of an octahedral rough diamond.
The "Table Cut" (below, right) was created by cutting off some of the top half of the
Point Cut's octahedron to create a table.




Single Cut - late 1300s

Invented in the late 14th century, the "Old Single Cut" (aka Old Eight Cut) diamond
has the addition of corner facets to create an octagonal girdle, an octagonal table,
eight bezel or crown facets, and eight pavilion facets.
The Single Cut may or may not have a culet at the bottom.




Rose & Briolette Cut- 1500s

Invented in the mid 16th century, the Rose Cut is also known by the the Antwerp rose,
Crowned Rose Cut, Dutch Cut, and the Full Holland Cut. The Rose cut can form a single
hemisphere for a total of 24 facets or it can be two back-to-back hemispheres
(Double Dutch Rose) forming a total of 48 facets. The "Senaille Cut" is a Rose cut with
irregular or non-symmetrical faceting. The "Briolette Cut" is a modified Double Dutch Rose
cut with one of the hemispheres being elongated.




Old Mine Cut - 1700s

The "old mine" cut is the earliest form of the "brilliant cut" diamond.
Also called the "cushion cut", it has a cushioned or rounded girdle shape. This Old Mine
cut is basically square with gently rounded corners and "brilliant" style facets.
The crown is typically tall, resulting in a smaller table.
The culet is usually large enough to be visible when viewed through the table.




Old European Cut - 1800s

The "Old European" cut was the forerunner of the modern Brilliant Cut.
The Old European diamond cut has a very small table, a heavy crown, and very tall overall depth.
Like the modern round brilliant, the old European diamond has a circular girdle.




The Modern Round Brilliant Cut - 1900s

The "Modern Round Brilliant Cut" (below) was developed by Belgian diamond-cutter
Marcel Tolkowsky in 1919. This cut is also known as the "Tolkowsky Cut" and "Tolkowsky Brilliant."
Even with modern techniques, the cutting and polishing of a diamonds resulted in a loss of as
much as 50% of the stone's total weight. The round brilliant cut was a partial solution to this problem.



As with its predecessor the "Point Cut" over 600 years earlier, the Modern Round Brilliant cut is
beneficial when the crystal is an octahedron (diagram above),
as two stones can be cut from one crystal with a minimum amount of waste.


Eight Cut & Swiss Cut

The "Eight Cut" is primarily used for small stones when a brilliant cut would be impractical.
The eight cut is similar to the "Single Cut" in that there are eight four-sided trapezoidal facets
at the crown, eight facets at the pavilion, and an octagon-shaped table for a total of 17 facets
(18 if a culet is used).



A "Swiss Cut" is a compromise between an eight cut and a Brilliant Cut,
with a total of 33 facets (34 if a culet is used);
16 isosceles triangle facets on the crown and 16 facets on the pavilion.


Deze pagina is de bron


en is op deze pagina nog veel meer te lezen: A History Of Diamond Cutting
« Laatst bewerkt op: februari 02, 2012, 01:11:11 am door Christine »
Groeten, Christine

Offline Christine

  • Vliegende non
  • moderator van dit board
  • Forumlid
  • *
  • Berichten: 12487
  • 0
    • Pinterest: Fingers rings
Re: Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.
« Reactie #1 Gepost op: januari 27, 2012, 17:08:01 pm »
Verklarende woordenlijst.

culet (kollet): het onderste facet van een diamant.

dispersie: snelheid van de lichtdoorlaatbaarheid, brekingsindex. Zie verder bij "vuur"

rondist: het smalle vlak dat de grens vormt tussen de bovenkant ( kroon ) en onderkant ( paviljoen ) van de diamant. Dit is gewoonlijk de plaats waar de zetting de diamant vasthoudt.

tafel: bovenste facet van de diamant.

paviljoen: de onderste helft van de diamant, van de rondist tot de culet. Indien het paviljoen te diep is of juist niet diep genoeg, zal de diamant het licht laten ontsnappen. De diamant verliest op die manier vuur en schittering.

vuur: het vuur van een diamant is het gekleurde licht dat van binnenin de steen gereflecteerd wordt. Indien wit licht op de diamant schijnt, wordt het gebroken in alle kleuren van de regenboog. Een diamant werkt immers als een prisma.


Diamant BRILJANT-benaming facetten (waar je ook nog de oude slijpels in terug kan herkennen)

Bron

« Laatst bewerkt op: januari 28, 2012, 10:45:26 am door Christine »
Groeten, Christine

Offline Dick25

  • Deskundige moderne munten
  • Forumlid
  • *
  • Berichten: 2204
  • 1
Re: Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.
« Reactie #2 Gepost op: januari 27, 2012, 17:35:46 pm »
Leuk stukje met veel informatie. ((: 9prima (:appl
Groeten Dick

appie68

  • Gast
Re: Historische diamant slijpsels en de geschiedenis van het slijpen.
« Reactie #3 Gepost op: januari 28, 2012, 02:06:43 am »


Diamonds How its made

klik op het plaatje
« Laatst bewerkt op: januari 28, 2012, 02:08:43 am door alberto »